Geschiedenis

 

 
 
 
 
 
 
Lees ook : Het Brandweerverhaal 
De archieven
Spijtig genoeg zijn er vele dokumenten over de brandweer van Zandhoven verloren gegaan tijdens de wereldoorlogen. Wel zijn er enkele historische gegevens achterhaald door de heemkundige kring van Zandhoven.
 
In de tijd van Maria Theresia, omstreeks 1750, was de schout Ferdinand Alexander Braeckmans bekommerd over een onveilige schoorsteen van Meestersmid Jan Baptist Roechus. De schouw moest hoger worden gemaakt en de dakbedekking in stro moest vervangen worden door dakpannen.
 
Deze schout gaf ook het bevel aan de bevolking het moeras, dat vol bomen lag, volledig te zuiveren zodat deze watering, indien nodig kon gebruikt worden bij brand.
 
 
In de gemeenteraadszitting van 26 juli 1862 werd er beslist waterslangen aan te kopen voor de bestaande brandspuit in de gemeente Santhoven. De aankoop van de waterslangen kostte 230,20 Bef.

 

Bij het nakijken van de verslagen van de gemeenteraad is men terug kunnen gaan tot 1832 en daarmee kan gezegd worden dat de gemeente in die tijd al een brandspuit bezat met de nodige mensen die de materialen konden bedienen in geval van brand. 

 

Grote brand in Santhoven

Historische gegevens vertellen ons dat er rond het jaar 1910 reeds een brandweerkorps bestond in de gemeente Santhoven. Rond die periode heeft er een grote brand gewoed in het huis nu gelegen aan de Liersebaan nr.2.

 

Samenstelling van het brandweerkorps begin de jaren 1900

 

Gustaaf Clinkers en Gust De Cat waren de stichters van dit brandweerkorps van Santhoven.

 

Het waren deze mensen met nog enkel andere ambachten die optraden als korps van Santhoven. Zij kregen in die periode hulp van rijkswachters gekazerneerd in Santhoven. De rijkswachters hebben tijdens de beginperiode van de brandweer steeds daadwerkelijk in de bres gesprongen bij branden. Ze zijn verschillende malen gehuldigd voor daden van moed en zelfopoffering tijdens branden in onze gemeente.

 

De eerste officiële bevelvoerder van het korps van Santhoven.

In 1922 is Edward Clinkers in dienst gekomen bij de brandweer waarna hij ook snel bevelvoerder werd van het korps. Hij was ook de man die de stormklok luidde om zijn brandweermannen te verwittigen in geval van brand.

 

Door het toedoen van het gemeentebestuur zijn tijdens Wereldoorlog II veel jonge mannen toegetreden tot de plaatselijke brandweer, alzo konden deze jongelui ontsnappen aan de verplichte opeisingen van de bezetter.

 

De aankoop van de eerste bluspomp met een benzine motor.

1958 Was het jaar waarin de eerste mobiele pomp aangekocht werd. Om deze pomp te kunnen transporteren werd Alfons De Beuckeleer, toenmalig kolenhandelaar, opgevorderd om met zijn vrachtwagen de pomp te transporteren. Het materiaal en de mobiele pomp vonden op dat ogenblik onderdak in de bergplaats, gelegen op de plaats van de huidige hoofdingang van de parochiezaal St Jozef aan de Amelbergastraat.

 

Bevelsoverdracht

1961 werd het bevel overgedragen aan Commandant  Frans De Cat. Deze generatie begon te denken aan de mobiliteit van de brandweer.  Uiteindelijk werd een oude vrachtwagen van een toenmalige varkenshandelaar uit onze gemeente, Louis Leyen, bij aandringen van çooi De Laet, Jules Van Beirendonck, Emiel Poels en gans het korps omgebouwd tot eerste brandweerwagen van Zandhoven. Bij het vroegtijdig overlijden van Frans De Cat in 1963 werd Karel De laet aangesteld als opvolger en commandant en bluste men verder met de omgebouwde brandweer (varkens) wagen,  maar men had al geregeld kunnen vaststellen dat de brandweer van Zandhoven te kampen had met watertekort. Waterleiding was er trouwens nog niet aanwezig en de omgebouwde brandweerwagen had geen waterreservoir.  Men beschikte reeds over een wagen en een mobiele pomp waardoor men wel kon spuiten maar het zou toch makkelijker zijn moest er een tweede wagen bijkomen, voorzien van een watertank.

 

Alarmering en permanentie

 Karel De Laet, de toenmalige commandant, had in 1966 de 60 jarige leeftijd bereikt en droeg het bevel over aan commandant Jozef De Beuckeleer. Hiermee startte ook het tijdperk van de brandweersirene. Oorspronkelijk stond de sirene op de rijkswachtkazerne omdat daar permanent iemand aanwezig was. Na verschillende malen van gebruik, stelde men vast dat de rijkswachtkazerne toch niet de juiste plaats was. De sirene werd verplaatst naar de kerktoren. De sirene werd toen bediend door de familie van de toenmalige commandant en in geval van afwezigheid was de brandweer ook te bereiken via de familie Geluykens, uitbaters van Café-Frituur “ De Volksvriend”

De familie Geluykens kon de sirene in werking stellen met een drukknop aan het gemeentehuis, trouwens nog steeds aanwezig en operationeel. Zo was de paraatheid van de brandweer altijd aanwezig.

 

Uitbreiding van het wagenpark  

Ondertussen zat de brandweer nog altijd met het probleem van de watervoorziening. Er werd onderhandeld met de toenmalige burgemeester Baron Ferdinand de Borrekens, dewelke nauw verbonden was met de brandweer. Er werd gesproken over de aankoop van een tweedehandse brandweerwagen, voorzien met een watertank. Deze wagen kwam er dan ook. Een Magirus –Deutz met een zijbouwpomp van het bouwjaar 1955 maakte zijn intrede.

 

De brandweerkazerne was te klein

Met de aanschaf van een bijkomende brandweerwagen had de brandweer  te kampen met plaatsgebrek. De bergplaats naast het huis Leysen werd te klein en er werd verhuisd naar de gebouwen aan de nieuwe begraafplaats aan de Schriekweg.

 

De brandweer moest gestructureerd worden

In 1967 werd “ Het Koninklijk Besluit op de Civiele bescherming en de oprichting van de gewestelijke brandweergroepen” van kracht en de gemeente Zandhoven viel onder de gewestelijke groep Oostmalle.

 

Toen kwam de grote vraag: “Kan het korps van Zandhoven al of niet blijven bestaan?”

 

Burgemeester Baron Ferdinand de Borrekens en commandant Jozef De Beuckeleer startten de onderhandelingen betreffende deze vraag.

 

Burgemeester Willy De Bie handelde de onderhandelingen af met de brandweerinspectie  en  het provinciebestuur. Het Zandhovense brandweerkorps kon blijven functioneren als een autonoom korps mits uitvoering van enkel opgelegde aanpassingen en uitbreidingen.

 

De gemeenteraad koos voor het behoud van hun korps en voerde de opgelegde eisen uit. Om het korps als autonoom te laten functioneren, moesten zij beschikken over een snelle autopomp, een reanimatietoestel, een mobiele pomp en haakladders. Er moest eveneens een korpsdokter aangenomen worden. Dokter Van Hese was bereid deze dienst aan te nemen.

 

Zo werden alle eisen snel ingewilligd.

 

Het korps moest weer aan een nieuwe huisvesting denken 

In 1974 werd er een lichte snelle autopomp met een tankinhoud van 800 liter aangekocht. De Opel Blitz werd gedoopt met de naam “Willy” het was Burgemeester Willy De Bie die het peterschap over dit voertuig op zich nam, want de autonomie van het korps was in zicht . Het korps van Zandhoven bezat toen 3 wagens en 2 mobiele pompen en de toenmalige brandweerkazerne aan de begraafplaats werd te klein. Er werd stilaan naar een nieuwe huisvesting gezocht.

 

De voormalige tram- en busstelplaats aan de Schildebaan stond leeg

Wegens enkele verbouwingswerken was dit het meest geschikte gebouw om te verbouwen naar een brandweerkazerne en het was ook centraal gelegen in de gemeente Zandhoven.

De brandweerinspectie kwam terug op bezoek en Zandhoven kreeg een gunstig inspectieverslag, het brandweerkorps kon blijven bestaan. Iedereen van het korps was gemotiveerd en veel vrijwilligers staken de handen uit demouwen voor de ombouw van de tram -en busstatie

 

De fusies van de gemeenten

In 1977 kwam de fusie van de gemeente en commandant Jozef De Beuckeleer met zijn bestuur en het gemeentebestuur paste het korps aan. Het korps werd uitgebreid met een halfzware autopomp en een ladderwagen.

 

Een brandweerman met een leeftijd van 60 jaar moet stoppen

De toenmalige commandant De Beuckeleer was 60 jaar. In 1980 werd het bevel overgedragen aan commandant Ivo Smits. Op dat ogenblik bezat het korps van Zandhoven twee gebrevetteerde brandweerofficieren en de toenmalige brandweerinspecteur de heer André Clymans stelde Ivo Smits aan als brandweercommandant van Zandhoven. Met zijn 29 jaar was Ivo Smits op dat ogenblik  de jongste brandweercommandant van Belgie.

De nieuwe brandweercommandant had een technische opleiding en ook door het doorlopen van een uitgebreid opleidingsprogramma bij het Fire Departement van zijn toenmalige werkgever en door zijn technische ervaring kwam er een evolutie in het brandweermateriaal.

In 1981 werd de sirene vervangen door een modern oproepsysteem, er werden personenzoekers aangeschaft en de wagens kregen een analoge boordradio.

 

Het materiaal werd verder gemoderniseerd

Het gemeentebestuur kocht in 1982 een nieuwe halfzware autopomp met een tankinhoud van 2000 l aan. Deze diende als vervanging van de Magirus – Deutz uit 1955.

 

Het korps schafte in 1983 een tweedehandse Range –Rover aan die door de korpsleden zelf werd omgebouwd tot snelle hulpwagen. Dit voertuig werd eveneens voorzien van moderne reddingsgereedschappen.

 

In 1987 kocht het gemeentebestuur een tankwagen met een inhouw van 8000 liter water. Deze dient als water-voorziening op de snelwegen en op de plaatsen waar men over onvoldoende water beschikt.

 

Brandweeropleiding krijgt een structuur

1987 was het jaar waarin de Provinciale Brandweerschool werd opgericht en de brandweerlieden moesten vanaf dan de georganiseerde opleidingen volgen. Meer dan drie kwart van onze brandweerlieden hebben al opleidingen in deze school genoten, van Stagiair brandweerman, Korporaal, Sergeant, Adjudant en Officier. De opleidingen worden zwaar voor het vrijwillige brandweerpersoneel, deze mensen moeten alles volgen na hun werkuren.

 

Luitenant Geneesheer  Dr. Van Hese is 60 jaar

In 1993 is Luitenant Geneesheer Dr Van Hese vervangen door Onderluitenant Geneesheer Dr Staels. Een actieve korpsdokter is bij een korps zoals Zandhoven niet te missen, directe hulp bij gekwetste personen is immers van groot belang.

 

De 21e eeuw in het vooruitzicht
 
In 1998 telt het brandweerkorps van Zandhoven 46 actieve korpsleden, het korps beschikt over een wagenpark van 9 brandweervoertuigen en  heeft een duikersploeg die de goede afloop van een onderwaterinterventie in het Albertkanaal kan verzekeren.

 

4 April 1998: deze datum zal in de geschiedenis van de Brandweer van Zandhoven opgetekend staan voor de inwijding van de gerenoveerde en verbouwde brandweerkazerne maar tevens ook de officiële ingebruikname van onze nieuwe tweedehandse ladderwagen van 30 meter.

 

Voortdurend vernieuwing van het rollend materiaal

2001 de aankoop van een tweedehandse autopomp ter vervanging van de Opel Blitz van het bouwjaar 1974 , ook een vervanging van de Range Roover van 1983 door een nieuwe snelle hulpwagen van het type Mercedes Sprinter en een afgedankte politievoertuig werd omgebouwd tot kleine materiaalwagen die ook gebruikt word als wespenwagen.

 

2007 de aankoop van een nieuwe interventieboot met de nodige veiligheidsvoorzieningen , deze boot wordt ingezet bij interventies op het Albertkanaal en het Netekanaal.

Ook is er een nieuwe halfzware autopomp aangekocht, deze is opgebouwd volgens het lastenboek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.  Deze autopomp vervangt de autopomp Mercedes van het bouwjaar 1982

 

2008  Een nieuwe duikerswagen wordt aangeschaft. Dit voertuig kan ingezet worden bij duikinterventie en kan tevens ingezet worden als commandopost bij grote interventies.

 

2009  De 15 jarige commandowagen Opel Astra was "terminaal ziek", deze moest dringend vervangen worden.

Het gemeentebestuur heeft gekozen voor een Volvo XC 70, een veilige wagen om vlot in te zetten als prioritair voertuig tussen het hedendaags drukke verkeer.

Dit voertuig is de dienstwagen van de commandant en wordt eveneens gebruikt door de officier van wacht tijdens de interventies

 

De brandweerhervorming komt eraan

2010  Wat gaat de hervorming brengen, wij hopen op een goed vrijwilligersstatuut

 

 

Subpagina''s (2): Het brandweerverhaal Merci Ivo