Geschiedenis‎ > ‎

Het brandweerverhaal

 
 
 
 
 
 
 
 
Dit verslag werd opgemaakt door Ere-commandant  Jos De Beuckeleer ( 1919 – 2011) enkele dagen voor zijn overlijden met de vraag dit zeker te bewaren in de archieven van de brandweer van Zandhoven.

HET  BRANDWEERVERHAAL     1939 – 1980

 

“ De tijd van de handpomp is lang voorbij; ik heb er echter nog herinneringen aan.”

Op 2 maart 1939 kwamen 3 jonge gasten, gevolgd door enkel kameraden, zich aanmelden bij de brandweer, om de brandweer nieuw leven in te blazen.

De leden hebben in 1963 de handen in mekaar geslagen om van een oude wagen van een veehandelaar een brandweerwagen te maken.

Op het onderstel van de wagen werd er een watertank bevestigd met aanzuigslangen en 2 slangen met pistolen die onder druk tot over het kerkgebouw konden spuiten.

Met Sooike De Laet als mecanieker, Jules Van Beirendonck als garagist en een groep handige manschappen wist Jos De Beuckeleer de klus te klaren. En nu bollen spuiten maar.

Het korps had nu wel een wagen maar nog geen zelfstandigheid.

Reeds als luitenant bij de brandweer van Zandhoven heeft Jos De Beuckeleer zich tot doel gesteld dit korps als zelfstandig korps te laten erkennen. Er werd regelmatig aangeklopt bij het gemeentebestuur, vooral met Burgemeester Baron de Borrekens en secretaris Alfons Bos werden hierover heel wat gesprekken gevoerd. Er werd weinig resultaat geboekt tot Jos vroeg of hij zelf het heft in handen mocht nemen.

Hij vroeg een onderhoud aan bij majoor Van Acker van de brandweer Antwerpen.

2 dagen later mocht hij reeds een relaas brengen over de toestand van de brandweer van Zandhoven en zijn relatie met de toekomstige fusiegemeente.

De majoor stelde voor eerst het korps en de middelen te inspecteren.

Het gemeentebestuur werd geïnformeerd over de datum van de inspectie die reeds enkele dagen later zou doorgaan.

Na een kort gesprek met het gemeentebestuur trokken ze samen naar het arsenaal: de vroegere chiro-lokalen die omgebouwd waren tot brandweerkazerne.

De bestuursleden van de brandweer en Sooike De Laet verschaften deskundig uitleg. De majoor stond perplex over wat hij te zien kreeg: een zelfgemaakte brandweerwagen met alle aanhorigheden. En zoals het een majoor past werd alles zorgvuldig onder de loep genomen.

De ledenlijst vond hij wat beperkt maar hij wist toen nog niet dat er ondertussen reeds een tiental aspirant-leden stonden te wachten.

Op onze vraag hoe wij eindelijk een zelfstandig korps konden worden beloofde hij de regelgeving na te kijken en alle nodige informatie en documenten aan het gemeentebestuur over te maken.

Eind juni 1967 kreeg het gemeentebestuur het bericht dat de brandweer van Zandhoven vanaf dat moment als een zelfstandig korps mocht opereren. Vanaf 1968 zou de gemeente ontslagen worden van bijdragen aan andere korpsen.

Enkele maanden later, 12 november 1967, werd Jos De Beuckeleer aangesteld als luitenant-bevelhebber van het brandweerkorps van Zandhoven.

Onder het burgemeesterschap van Willy De Bie kon het Zandhovense brandweerkorps weer een stap vooruit zetten: de stelplaatsen van ‘De Lijn’ werden aan het gemeentebestuur overgelaten.

Men aarzelde geen ogenblik om ze om te  bouwen tot een arsenaal op maat: de deuropeningen werden verbreed, een seinkamer werd ingericht, kleedkamers en sanitair werd voorzien, een lokaal voor vergaderingen en ontspanning werd bijgebouwd. Ook de parking werd vergroot voor het aantal wagens.

Ivo Smits werd de volgende brandweercommandant( januari 1980). Toen kwam alles in een nieuwe stroomversnelling. Hij was zeer bekwaam en wist goed samen te werken met burgemeester en gemeentebestuur.